Aanmoedigingsprijs verhalenwedstrijd Ansicht

Stadsverhaal – Tessa Lausberg

 

‘Ik hou ook van jou!’, riep ik mijn vriendin achterna, die met de dokters en robots de intensive care in verdween. Ik bleef alleen staan in een lege gang met tranen die over mijn wangen heen stroomden. Als je mij vanochtend had verteld dat ik tegen de middag in het ziekenhuis zou belanden had ik je aangestaard en uitgelachen. Maar het is gebeurd en wat is gebeurd kan je niet zomaar terug brengen. Tenzij ze eindelijk die verdomde tijdmachine uitvinden, waar ze nu al jaren mee bezig zijn. Maar goed zoals het er nu uit ziet is er niet ineens een tijdmachine die me terug in de tijd kan sturen. Dan zou ik Lies hebben gered. Ik zal je mee meenemen naar het begin van de dag waar alles begon.

Fel licht scheen in mijn gezicht. Ik opende mijn ogen en deed ze gelijk weer dicht. Veel te fel licht voor in de ochtend. Ik draaide me om en deed mijn deken over mijn hoofd heen. ’Alexa?’ Hoe laat is het?’ ‘Het is nu precies twee over half 12’, antwoordde ze. Het duurde even voordat het tot me doordrong. ‘TWEE OVER HALF 12?!’ Ik sprong mijn bed uit, opeens helemaal geen last meer van het felle licht en deed snel mijn kleding aan. Ik had om 12 uur afgesproken met mijn vriendin en ik wou graag een keer op tijd komen.

Ik veegde met mijn hand door de lucht, terwijl ik mijn T-shirt in mijn broek propte en de deur ging open. Toch handig die instelling om met een simpele handbeweging een deur te openen. Ik liep naar de badkamer en veegde weer met mijn hand door de lucht. De badkamer deur vloog open. Ik pakte een tandenpoetspil en stopte hem in  mijn mond. Tegelijkertijd kamde ik mijn haar. Ik was gister naar de kapper geweest en had nu roze kort haar ik vond het geweldig en had besloten de volgende keer voor groen te gaan. Ik spuugde de tandenpoetspil uit en ging nog even snel naar de WC. Ik deed nog wat edelstenen om die me konden helpen tegen mijn angsten en liep naar beneden.

‘Goede morgen’, zei ik tegen mijn beide vaders die op de bank hologram-tv aan het kijken waren, samen met mijn kleine broertje. Hij hoorde me en kwam met zwaaiende armpjes naar me toe gerend voor een knuffel. ‘Jij ook goede morgen Sami’ en ik tilde hem op voor een knuffel. Toen hij weer op de grond stond liep ik naar de keuken-iPad. Ik bestelde een broodje kaas en verzond het naar de keuken. De keuken ging aan de slag en twee minuten later was mijn broodje klaar en kon ik vertrekken. ‘Hé dametje, waar ga jij zo snel heen zonder ons gedag te zeggen’, zei mijn vader die opeens vlak achter me stond. Ik lachte, liep naar hem toe en gaf hem een dikke knuffel. ‘Ik heb met Lies afgesproken in het park.’ Nu kwam ook mijn andere vader erbij, ‘he, ik wil ook een knuffel’. Snel gaf ik er een, ik moest nu echt gaan. Ik liep naar de voordeur, veegde in de lucht en de deur zwaaide open.

Zodra ik een stap naar buiten zette, voelde ik de warme zomerwind op mijn huid. Ze hebben vandaag weer voor zomers weer gekozen, dacht ik en liep snel naar de garage waar mijn fliets stond. Ik ging op het zadel zitten, stelde de gewenste zweefsnelheid in en mijn wielen stegen langzaam op. We hadden bij de Domtoren afgesproken om 12 uur. Ik keek naar de digitale klok die in het stuur van mijn fliets zat. Kwart voor 12! Als ik op tijd wil komen, moet ik flink opschieten. Ik zette de snelheid een standje hoger. Onderweg was het zoals altijd in Utrecht druk met flietsers. Het was oppassen met ook zoveel augtos in de lucht. Boven mij hoorde ik de sirenes van een ambulance. De wet was dat alleen de ambulance, politie en brandweer hoog mochten vliegen. De rest van de augtos en flietsers moest laag blijven. Meestal werd deze regel wel nageleefd maar toch was er af en toe een idioot die dacht slim te zijn en over de stoplichten heen te vliegen. Om er uiteindelijk achter te komen dat er boven op een stoplicht ook een camera naar boven kijkt, en dus een boete thuis gestuurd kreeg.

Ik flietste langs Utrecht Centraal, het skatebaantje waar je allemaal jongeren zag die op hun zwevende skateboard bezig waren. Mijn vaders hebben weleens verteld dat toen zij jong waren alles wielen had. Hoe grappig zou dat eruit hebben gezien. Ik moest wachten voor een paar treinen die langs flitsten. Ook daar had ik verhalen over gehoord. Dat het 10 minuten duurden om vanaf Vleuten naar Utrecht te komen met de trein. Dat ze niet al hadden uitgevonden dat dat ook binnen een paar seconden kon, was ook raar. Zelf ben ik voor mijn 14de verjaardag met de trein naar Parijs geweest. De reis duurde zo’n 30 minuten en dat voelde al lang. Ik zweefde het centrum binnen. Vanaf hier was het nog zo’n 3 minuten naar de Domtoren. Ik zette er nog een snelheidstandje bij, zodat ik misschien iets sneller aan zou komen zweven. De winkels waren open. Veel mensen liepen met hun tassen van avocadopitten plastic rond. Eindelijk kon ik de Domtoren goed zien. Het was nu precies 1 voor 12. Yes gelukt! Ik ben op tijd.

Het was erg druk bij de Dom. Veel mensen gingen omhoog om er uiteindelijk vanaf te bungeejumpen of te ziplinen. Anderen waren een openlucht film aan het kijken over de lange geschiedenis van de toren. De hologrammen trilden in de lucht door de wind die langs de toren waaide. Op het plein zweefden de robots die zoals gewoonlijk kleine domtorens, klompjes en magneten aan het verkopen waren. En daar midden op het plein stond ze al te wachten. Ik zette mijn fliets snel weg en liep naar haar toe. Ook zij zag mij nu en kwam op mij af. We gaven elkaar een knuffel en ik gaf haar een klein kusje op haar voorhoofd. ‘Goeie morgen, Lies’ zei ik. ‘Goeiemorgen’, antwoordde ze, met een glimlach op haar gezicht. ‘Waar wil je heen?’, vroeg ik en we begonnen alvast te lopen in de richting van de Domtoren. ‘Hmm, wat dacht je ervan om naar Ananda te gaan, ik heb nog wat edelstenen nodig’. ‘Tuurlijk leuk idee’ en rustig liepen we richting Ananda.

We liepen onder de Domtoren door en precies op dat moment sprong er iemand met de bungeejump van boven naar beneden. Door het geschreeuw van boven konden we horen dat er iets mis was. Ik keek naar boven en zag dat de springer niet goed vast zat. Hij kwam recht op me af!  Lies zag het ook. Ze gaf me een duw terwijl ze riep ‘ik hou van je’. De jongen belandde boven op haar.  Ik gilde en gilde. Andere mensen kwamen naar ons toe gerend. De jongen aan het bungeekoord stond vrij snel op, Lies had de klap voor hem opgevangen. Maar Lies lag nog bewusteloos op de grond. Je kon zien dat haar arm was gebroken, omdat die in een vreemde vorm lag. Ik hoorde mensen naar elkaar roepen, maar voor mij was het belangrijkste dat lies weer bij bewustzijn zou komen. Ik probeerde haar op haar zij te leggen zodat ze niet zou stikken in haar tong. Dit lukte niet heel erg soepel omdat de tranen mijn zicht wazig maakten.

Al vrij snel hoorde ik de ambulance sirenes van boven af aankomen.  Nu werd Lies geholpen door dokters en robots. Ze legden haar gelijk aan het infuus op een brancard en reden haar de ambulance in. Ik mocht mee naar het ziekenhuis. In de ambulance hadden Robots de arm van Lies al terug en in het gips gezet. Ook zaten er al heel wat draadjes aan de armen van Lies vast. Ik vroeg aan een dokter of ze haar goed konden helpen en de dokter knikte. ‘Ze is erg sterk, ik verwacht haar binnen een uur weer bij bewustzijn, zodat ze aan het einde van de dag al naar huis mag. Zoals je weet staat het UMC wereldwijd bekend als het ziekenhuis met de snelste bottenprinter ter wereld.’ Hij keek me met een glimlach aan en knipoogde. Ik was weer een beetje gerustgesteld. We zweefden binnen twee minuten het ziekenhuis binnen. En daar verdween Lies uit het zicht de intensive care in. Ik hou ook van jou! Riep ik haar nog achterna.

 

facebook insta twitter youtube itunes spotify zaag oog search