Onzichtbaar lichaamsdeel – Aurora Contente

De winnaar van schrijfwedstrijd Ansicht 2021

‘PRRRoowdiedoeDA PRRRoowdiedoeDIE prrOOWWdieDOEdieDOE DIEDOE
PRAA
pra
PRAA
pra
PRAAAAAAAAA’
‘Dankuwel, voor deze vindingrijke doch moeilijk te plaatsen interpretatie van de hedendaagse maatschappij. Zou u ons kunnen verblijden met een toelichting?’
Mijn trots was nog niet geopend, voelde zich onwennig in de ogen van publiek. Ik ging verder.
‘Fantoompijn. Een onzichtbaar lichaamsdeel, met een pijn die maar al te echt is. Het doet me denken aan onze maatschappij. Een maatschappij waar alles in ligt vertegenwoordigd, maar waarin niets is wat het lijkt. En waarin een diepe pijn schuilgaat. Een constante, geronnen pijn, verstopt in al onze beweeglijke leventjes. Een pijn die me een indicatie geeft van een onzichtbaar lichaamsdeel.
Ik weet niet wanneer ik dat lichaamsdeel ben kwijtgeraakt, ik weet niet waar het is gebleven. Ik weet alleen dat er iets is in mij, dat nog steeds rouwt om het afwezige. En nu vraag ik jullie, om na te gaan. Om te bedenken waar jullie onzichtbare delen zijn. Of je ze mist, of je je bewust bent van die onderliggende pijn en of je de pijn kan scheiden, voordat het zich met je lichaam vervlecht.
Woorden zijn zoals altijd woorden. Maar het volume dat ze kunnen aannemen, de aandacht die ze kunnen schreeuwen, dat is voor mij veel te afleidend. Daarom dacht ik dat rouwe klanken, zorgvuldig bij elkaar gesprokkeld, mijn gevoel over de hedendaagse maatschappij het beste zouden uitdrukken. Ik hoopte dat ik met mijn geluid het onzichtbare kon terug vinden, mijn fantoompijn, al is het maar voor even, kon laten rusten.’
Ik keek nog een laatste keer naar alle denkbeeldige ogen om me heen en drukte toen op de knop die me weer terug zou sturen naar het normale leven. Naar Utreg, na al die jaren nog steeds me stadsie. Door het luik onder mijn voeten zakte ik naar beneden. De spiegelwanden om me heen zorgden ervoor dat oneindig veel dezelfde versies van mij zich ontvouwden aan alle kanten. En even later, nadat de deuren zich openden, stond ik weer in de aankomsthal van de Stadsschouwburg.
Ik liep naar buiten, peinzend. Peinzen was iets waar veel mensen niet meer de tijd voor namen, net als toneelvoorstellingen. In elk geval niet ‘tijd’ in de puurste zin van het woord. Wat was tijd als je wanneer je wilde, wat dan ook kon inplannen? Wat was tijd als een gebeurtenis niet langer werd toegekend aan een specifiek moment, aan de stand van de wijzers op een klok? Mensen konden mijn kleine uitspatting in de stadsschouwburg elk moment bekijken door de ogen van de lens. Bovendien konden ze door middel van virtuele illusies het gevoel krijgen dat ze er echt bij waren. Zelfs met andere mensen in de zaal gesprekken voeren en in het algemeen acties uitvoeren waar door hun virtuele omgeving op gereageerd zou worden. Vonden ze het saai? Dan nodigden ze hun vrienden uit om samen deze virtuele wereld te betreden. Helemaal niet nodig om juist deze avond vrij te houden als er nog duizend andere dingen te doen waren.

Ik slenterde door mijn stad, met haar vrolijke karakter. Het was warm, erg warm. Ik keek naar de bomen en hun ingebouwde systemen om op een efficiëntere manier zuurstof te produceren. Ik keek naar de parkieten die in de bomen leefden en op de grond rondstruinden, in alle denkbare kleuren. Naar de lachende mensen die de parkieten oppakten en berichten konden invoeren op de ruggen van de beestjes. En vervolgens de parkieten die ijverig op pad gingen om de berichten te bezorgen bij de geadresseerde. Hun GPS-systeem was een versterkte variant van het natuurlijke component dat vogels al bezaten om hun weg te vinden. Sneller, efficiënter, beter. Deze nieuwe ‘natuurlijke’ speeltjes waren vooral als toeristentrekker erg effectief.

Langs de Singel kromde ik met haar bochten mee. Ik liet me meeslepen in haar verhalen, bekeek de opnames van de laatste vijftig jaar. Een versnelde weergave van haar ontwikkeling. En of ze ontwikkeld was. Alleen al de schermen van elektronische inkt waarop haar bewogen verleden geprojecteerd werd, moesten vijftig jaar geleden ondenkbaar geweest zijn. Ondenkbaar voor mij hoe ondenkbaar deze hele wereld was. Hoe ondenkbaar ik zelf was, hoewel ik zoveel dacht.

Het water in de Singel was net als dat van de Oudegracht al jaren geleden opgedroogd. Nu werd het vervangen door een moderne vorm van water. Het werd Nieuw water of N-water genoemd. Dezelfde consistentie, doorzichtigheid en temperatuur als normaal water. Het maakte alleen niet nat, leste niet de dorst en was gelukkig altijd brandschoon. Ik dacht walgend aan de beelden van het smerige grachtwater dertig jaar geleden, het was wel eens anders geweest.
Ik stopte bij mijn koffiekraam. ‘Hoe is ie?’
‘De zaken goed, ikzelf wat minder,’ Harry had pretlichtjes in zijn ogen, de verraders van zijn stoïcijnse gezicht.
‘Ik vrees dat ik met mijn verzoek vooral de zaken zal helpen,’ zei ik lachend.
‘Aan jou heb ik ook weinig. Zeg het maar.’
‘Een espresso, met een shot Yùnqì alsjeblieft.’
‘Jij krijgt ook nooit genoeg van het Chinese geluk hè. Pas maar op.’
‘Geen zorgen Harry. Je weet trouwens dat ik mijn abonnement automatisch verlengd wil hebben?’
‘Ja. Over een maand of twee als het goed is. Ik moet je waarschuwen dat de prijzen steeds sneller stijgen. We weten niet hoe lang we nog aan de nodige ingrediënten kunnen komen voor de volgende droogte.’
‘Snap ik. Hou je taai Harry. Tot morgen.’
‘Jij ook,’ even pauzeerde hij. ‘En grappenmaker, ik hoop dat je je onzichtbare lichaamsdeel terugvindt!’ schaterde zijn stem me achterna.

facebook insta twitter youtube itunes spotify zaag oog search