Eenzaam in de stad

Eenzaam in de stad

“Loneliness is often like bad weather, it passes through our lives”
Olivia Laing, The Lonely City.

De stad kent steeds meer eenzame inwoners. En zowel de eenzaamheid als de eenzamen komen in alle soorten, vormen en maten. De oplossing tegen eenzaamheid is complex, maar is hoe dan ook gebaat bij plekken waar verbinding tot stand komt. Deze plekken worden schaarser en door het coronavirus is verbinding zoeken nog lastiger geworden. RAUM zoekt daarom naar nieuwe vormen van ontmoeten en verbinden.

Er is steeds meer aandacht voor eenzaamheid in onze steden. Voor mensen die achter gesloten deuren verdwijnen en geen contact hebben met de grote hoeveelheid mensen die hen in de stad omringt. Mensen die geen diepe, betekenisvolle emotionele verbinding ervaren. Het is een bijzondere soort eenzaamheid, de eenzaamheid in de stad, waar je in het bijzijn van tal van mensen je toch niet verbonden voelt met anderen.

De 1,5 meter-samenleving dreigt hier nog een schepje bovenop te doen. Het probleem te verergeren. Social distancing leidt ertoe dat mensen elkaar minder vaak ontmoeten. Buurtcentra, kappers, bibliotheken, horeca, theaters, allerlei sociale en culturele plekken in de stad zijn gesloten. Dit zijn nu juist de plekken die een belangrijke rol spelen voor het contact tussen mensen en waar hun sociale netwerken worden onderhouden. Het risico bestaat dat eenzaamheid in steden een groter probleem wordt in de 1,5-meter-samenleving. 

De coronacrisis en de maatregelen die de Nederlandse overheid neemt zijn ingrijpend voor ons sociale leven. We blijven binnen en maken voor zover dat gaat, gebruik van digitale middelen om ons werk en ons privéleven voort te zetten. Het zijn grootschalige veranderingen in de dagelijkse gang van zaken, met lessen die online worden gegeven, concerten die digitaal gestreamd worden en een enorme groei in conference calls en vergaderingen via nieuwe media. De veerkracht die we zien, is alleen niet voor iedereen weggelegd. Kwetsbare groepen vinden mogelijk geen of onvoldoende aansluiting bij deze nieuwe ontwikkelingen. En dit zijn nu juist de groepen die in Nederland kampen met eenzaamheidsproblematiek. 

De Bijlmermeer bijvoorbeeld, bekend als een flop in stedelijk ontwerp, kampt met de hoogste eenzaamheidscijfers van Amsterdam, samen met Osdorp: 23% van de inwoners van de wijk Bijlmer-Oost van 19 jaar of ouder is ernstig eenzaam. Het gaat hier om mensen met een niet-westerse migratieachtergrond, een laag opleidingsniveau en een laag inkomen. Onderzoek van de GGD in Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag laat telkens hetzelfde beeld zien. Dit zijn de risicogroepen, dit zijn de mensen die zich het meest eenzaam voelen.

Mogelijk komt dit als een verrassing. Dit zijn toch mensen met grote gemeenschapszin? Mensen die elkaar op de markt treffen, in theehuizen zitten, mensen met hechte families? Zij zijn toch niet eenzaam? Dat beeld klopt dus niet. Deze groepen, die moeite hebben met rondkomen of een achtergrond hebben die het hen lastig maakt mee te komen in onze maatschappij, vinden minder aansluiting in de Nederlandse samenleving en kampen dus relatief veel met eenzaamheid.    

De eenzamen zijn dus niet, zoals vaak gedacht wordt, alleen maar ouderen. Eigenlijk blijken alleen ouderen boven de tachtig vaker chronisch eenzaam. Hoe dat kan? Het zou kunnen dat 80 jaar gemiddeld de leeftijd is waarop ouderen gezondheidsproblemen beginnen te krijgen, moeite hebben om te bewegen, of te weinig regie ervaren in hun leven – allerlei zaken die eenzaamheid in de hand werken. Tot die tijd, gemiddeld genomen, zijn ouderen niet bovengemiddeld eenzaam. De afgelopen twintig jaar blijkt de eenzaamheid onder ouderen zelfs licht te zijn afgenomen. 

Al met al staat eenzaamheid in de samenleving volop in de schijnwerpers. Koning Willem-Alexander noemde het afgelopen maart in zijn toespraak zelfs het ‘eenzaamheidsvirus’ en drukte ons op het hart om de verspreiding van eenzaamheid tegen te gaan. Het is natuurlijk een reële dreiging nu elkaar vermijden de meest sociale daad is geworden, maar wat zijn de feiten eigenlijk?

Eenzaamheid een virus noemen is een krachtige uitspraak. Koning Willem-Alexander doet een moreel appel op de samenleving: eenzaamheid is kwalijk en dient bestreden te worden alsof het een virus is, maar tegelijkertijd schuilt er ook een risico in. Niet alle eenzaamheid is (even) problematisch. Als voorbeeld: iemand kan zich tijdelijk eenzaam voelen wanneer een liefdesrelatie eindigt, maar dat went na een tijd en diegene komt er weer bovenop. Terwijl een ander zich juist chronisch eenzaam kan voelen: diegene kan al jarenlang de eindjes nauwelijks aan elkaar knopen, is alleenstaand met twee kinderen en voelt zich niet gehoord of welkom in diens directe omgeving, bijvoorbeeld. De ene soort eenzaamheid is van een heel andere orde dan de andere. 

Wat is eenzaamheid?

Begrijp dit niet verkeerd; eenzaamheid is nooit prettig. Niemand wil graag eenzaam zijn. Eenzaamheid is een gebrek, een gemis. Het is per definitie negatief. Het is het verschil tussen de sociale relaties die iemand heeft en de sociale relaties die iemand zou willen. In de wetenschap bestaat een onderscheid tussen sociale eenzaamheid en emotionele eenzaamheid. Sociale eenzaamheid gaat om het gemis van mensen om je heen waar emotionele eenzaamheid duidt op het gebrek aan een intieme, hechte emotionele relatie.  Er is ook een verschil tussen tijdelijke en chronische eenzaamheid. Tijdelijke eenzaamheid is als slecht weer: het gaat (hopelijk) weer voorbij, zoals Olivia Laing schrijft in haar boek De Eenzame Stad.  

Verder is belangrijk om te begrijpen dat eenzaamheid subjectief is. Uiteindelijk gaat het erom of iemand vindt: is mijn sociale contact voldoende, of niet? Zoals Robert Weiss, wetenschapper en schrijver van een boek over eenzaamheid, zegt: Alleen mensen die niet eenzaam zijn, denken dat je eenzaamheid kan genezen door een einde te maken aan alleen-zijn. Zelfs omringd door mensen kan iemand zich dus nog enorm eenzaam voelen. 

Eenzaam of alleen?

Dat werkt ook andersom: niet iedereen die alleen is, vindt dat even erg. Mensen zijn nou eenmaal verschillend en de een kan beter alleen zijn dan de ander. Hier is je achtergrond van belang: uit wat voor nest kom je? Mensen hebben verschillende genen, een verschillende opvoeding, weinig of veel te besteden en mogelijk een migratie-achtergrond. Allemaal zaken die meespelen in hoe iemand omgaat met eenzaamheid.

Onze social media spelen ook een rol. Terwijl mensen nog nooit zo constant en op zoveel verschillende manieren tegelijk met elkaar verbonden zijn geweest, kun je je ook constant met anderen vergelijken. Er is altijd wel iemand te vinden die (op het oog) populairder is en meer vrienden heeft. Dat kan ertoe leiden dat je je eigen situatie minder positief gaat beoordelen. Mensen kunnen zich daardoor eenzaam gaan voelen.

Toch lijkt het een vreemd gegeven, dat mensen zich in de stad eenzaam kunnen voelen. Het is juist de plek waar mensen – dicht op elkaar- samenleven. Op allerlei manieren zouden mensen elkaar kunnen ontmoeten. Dat kan in de buurt, bij buurtwinkels, op straat, op (school)pleinen, bij buurtcentra. Bij kappers en in cafés kun je elkaar in vrij vertrouwde sfeer ontmoeten. Of je gaat naar publieke voorzieningen zoals parken, bibliotheken of de daklozenopvang. Al deze plekken dragen bij aan de sociale infrastructuur van een stad. Ze helpen dus, zodat mensen elkaar kunnen ontmoeten en een gevoel van samenleven ontstaat. 

Nu zijn al deze plekken in Nederland en in allerlei landen wereldwijd natuurlijk gesloten. Het is goed mogelijk dat dit serieuze consequenties heeft voor de sociale contacten van mensen. Bovendien is het nog onduidelijk wat de toekomst brengt: hoe ziet de 1,5 meter-samenleving er over een aantal maanden uit, of over een aantal jaar? Kunnen we weer gewoon naar cafés toe of naar de film, naar de breiclub of een stadsfestival? Hoe gaan we ons op straat gedragen naar elkaar? Wordt 1,5 meter afstand de nieuwe standaard?

Eenzaamheid maakt eenzaam

Voor mensen die zich eenzaam voelen is deze ontwikkeling mogelijk nog ingrijpender. Het gaat hier al om mensen met relatief weinig veerkracht en eenzaamheid is een speciaal iets: eenzaamheid maakt eenzaam. 

Eenzaamheid kapselt je in en groeit als een schimmel of vacht om je heen, een beschermlaag die contact onmogelijk maakt, hoe graag je dat contact ook wilt.Zo verwoordt Olivia Laing het in De Eenzame Stad. Laing beschrijft hoe chronisch eenzame mensen steeds minder in staat zijn om betekenisvol te verbinden met anderen. Het wordt steeds lastiger om uit oude patronen te stappen. Je raakt gewend aan een bepaalde manier van doen en houdt gaandeweg steeds minder rekening met anderen. Iemand die eenzaam is, voelt zich minder verbonden met andere individuen én met de samenleving. Mensen die zich eenzaam voelen, zullen dus minder goed in staat zijn om met deze beperkingen van het sociale leven om te gaan en in betekenisvol contact te komen met anderen.    

Nu is een interessante vraag in hoeverre het eigenlijk noodzakelijk is om aansluiting te blijven vinden bij maatschappelijke ontwikkelingen als die ongewenst zijn. Simpel gezegd: is eenzaamheid een probleem van degene die eenzaam is, of legt het eerder een probleem bloot in onze samenleving? Misschien willen of kunnen mensen zich moeilijk verbonden voelen in een stad die individualiseert. Het is namelijk een feit dat steden wereldwijd steeds individualistischer worden. In Nederland bestaat nu bijna 40% (3,0 miljoen) van alle huishoudens uit eenpersoonshuishoudens. Dat is bijna een verdrievoudiging van het percentage ten opzichte van 1980. 

Mensen leven tegenwoordig met een groeiende onzekerheid over de toekomst. De gevolgen van klimaatverandering worden alsmaar dreigender. Ondertussen groeit wereldwijd de vermogensongelijkheid. Is het eigenlijk wel realistisch om van mensen te verwachten dat ze zich verbonden voelen met een samenleving die van hen af beweegt?

Tekenend hiervoor zijn de hikikomori, een verschijnsel dat in Japan, maar ook in China, Hong Kong, Singapore en Zuid Korea speelt. Hikikomori is een extreme vorm van zelfverkozen sociale afzondering waarbij met name jonge mannen zich lange tijd terugtrekken (ten minste zes maanden, soms jaren) uit de maatschappij en sociale situaties vermijden. Volgens bevolkingsonderzoek uit 2010 is zo’n 1,2% van de Japanse bevolking hikikomori – dat komt neer op zo’n anderhalf miljoen mensen. Dat wordt in Japan gezien als een groot probleem, maar het verschijnsel heeft ook een andere kant: het biedt jongeren de tijd om zich te oriënteren in een individualiserende consumptiemaatschappij.

De ‘eenzaamheidsepidemie’

Dit idee zet het gesprek over eenzaamheid in Nederland in een ander licht. Alleen-zijn heeft ook positieve kanten. Het kan mensen de tijd en ruimte geven om vorm te geven aan hun leven op een manier zoals zij dat willen. Alleen-zijn hoort immers bij het leven. Dit is natuurlijk anders voor kwetsbare groepen: zij hebben geen tijd of ruimte en kampen met ernstige eenzaamheid. Het wegvallen van essentiële sociale en culturele plekken in de stad, denk aan traditionele vangnetten zoals sociale opvangvoorzieningen of buurthuizen, zorgt ervoor dat het weefsel van de samenleving onder druk komt te staan. Deze, al kwetsbare groepen worden hierdoor hard geraakt. Het is belangrijk om hier een effectieve oplossing voor te vinden. 

Regelmatig heeft men het in de media over de ‘eenzaamheidsepidemie’, of dus het ‘eenzaamheidsvirus’. Hiermee zet men een beeld neer van een groot, dreigend, collectief probleem. Dat is deels effectief. Het is een beeld dat mensen kan aanzetten tot actie. Het is ook een beeld dat angst kan aanjagen. Iedereen kan zich wel eens eenzaam voelen. Door eenzaamheid te vergelijken met een ziekte kan het mensen het idee geven dat zij een probleem hebben wanneer ze zich -tijdelijk- eenzaam voelen. Aan de andere kant raken mensen met chronische eenzaamheidsproblematiek -de echte probleemgevallen- uit beeld. Het werkt een collectieve angst voor eenzaamheid in de hand. 

Er zijn bedrijven die hier baat bij hebben. De farmaceutische industrie werkt samen met wetenschappers om een neurologische oorsprong te vinden van eenzaamheid. Wanneer deze gevonden is, zou vervolgens een medicijn ontwikkeld kunnen worden. Een pil tegen eenzaamheid, zoals er een pil bestaat tegen depressie. Maar in veel gevallen, wanneer het gaat om tijdelijke eenzaamheid, is eenzaamheid normaal en hoort het bij het leven. De farmaceutische industrie heeft echter belang bij het bestaan van een markt, waar zij eventueel haar product kan verkopen, tegen winst. 

Het huidige beleid omtrent eenzaamheid kan dus effectiever. Aan de ene kant bestaat er een politiek programma van structurele publieke bezuinigingen op allerlei sociale instellingen die belangrijk zijn voor de sociale netwerken in een stad. Ondertussen wordt er, door private bedrijven en wetenschappers, gezocht naar oplossingen voor de ‘eenzaamheidsepidemie’ in de vorm van een product waar winst mee gemaakt kan worden. Ten minste een gedeelte van de oplossing lijkt juist te liggen bij het in stand houden van de sociale instellingen. Dat zou een structurele oplossing bieden voor de ernstige eenzaamheidsproblematiek, in plaats van te streven naar symptoombestrijding en het gelijk behandelen van alle soorten eenzaamheid.

Het is belangrijk om de gelaagdheid van het begrip eenzaamheid in het oog te houden, zodat er effectieve oplossingen gevonden kunnen worden voor de reële individuele en maatschappelijke problemen van chronische en ernstige eenzaamheid. Door te verwijzen naar de ‘eenzaamheidsepidemie’ of door allerlei soorten eenzaamheid over één kam te scheren, kan mogelijk meer kwaad dan goed gedaan worden. 

Oproep: kunst en design tegen eenzaamheid in de stad

Wat kunnen kunst en design betekenen voor de eenzaamheidsproblematiek in onze steden? En hoe kunnen ze inspelen op de nieuwe normen en waarden van de 1,5 meter-samenleving? Uit onderzoek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport blijkt dat het verbeteren van een sociaal netwerk én het vergroten van het gevoel erbij te horen de meest effectieve manieren zijn om in te grijpen bij sociale eenzaamheid.

Kunst, op de meest basale manier, kan hierbij helpen door mensen iets te bieden om het over te hebben – iets wat mensen met elkaar kunnen uitwisselen, om te verbinden, om samen vorm te geven aan een gedeelde betekenis. Het biedt een uitstapje uit de dagelijkse gang van zaken om ergens heen te gaan, mensen te ontmoeten en iets te beleven. Kunst en design kunnen helpen het sociale netwerk van mensen te verbeteren en hen het gevoel geven deel uit te maken van de samenleving. 

Kunst, op de meest basale manier, kan mensen iets bieden om het over te hebben, om te verbinden, om samen vorm te geven aan een gedeelde betekenis.’

Installaties in de publieke ruimte kunnen dienen als een nieuwe fluide vorm van stedelijk ingrijpen. Makers, zoals ontwerpers en kunstenaars, bieden een andere kijk dan stedenbouwkundigen of planologen op het maken van de stad. Installaties kunnen het tempo van mensen op straat vertragen, ze uit hun bubbel halen, en richten op wat er op dat moment op die plek gaande is. Zulke interventies zijn subtiele manieren om in de publieke ruimte te experimenteren. Hiermee kan een groot complex probleem als eenzaamheid mogelijk effectief aangepakt worden.

RAUM richt zich daarom, in een open call aan creatieve makers, op sociale eenzaamheid, het gemis van mensen om je heen. En wil graag weten: kunnen we nieuwe vormen van ontmoeten en verbinden bedenken die een bijdrage leveren aan het tegengaan van sociale eenzaamheid? Lees dan de open call Living Apart Together. 

RAUM

facebook insta twitter youtube itunes spotify zaag oog search